dinsdag 11 maart 2014

Notities wanneer men Amsterdam verlaat

Op een trekschuit, aan bollend water
en schimmige diepten, hangt was te drogen in zonnegeel
Appartementen reiken tot in de lucht, prikken gaatjes
Naast een voetbalpleintje licht de huisraad in
een hoopje scherven op, fietsen staan in het gelid
klaar voor de heilige oorlog -verder op weg staan auto's
In het voorbijgaan is er een vrouw, stil, sereen, exact
in het midden van de straat, ze is een beetje van lotje getikt
haar handen zijn leeg -hangen los naast haar lichaam
Als ramptoerist zijnde had ze beter twee haltes verder
kunnen staan, daar waar zeven winkelwagens een frontale botsing
aan zijn gegaan in de Bijlmer.

maandag 10 maart 2014

Diep onder je grond

Soms hè, dan vertaal ik je
Schrijf ik je lichaam in een ranke font
In een boek dat de titel draagt
als versgemalen peper

Soms trek ik je aan en sta uren voor
de spiegel -wentel ik mij een poosje
in je zenuwstelsel, baan ik wegen
als mijngangen

Je gestutte muren dragen mijn naam
en als het parkietje valt
ontbrandt er ook liefde
als we de aarde laten trillen

zondag 9 maart 2014

Stuiterbal

Weet je nog dat ik je kwijt ging raken
je naam fietste in stippellijntjes weg
en ik hing alvorens ik nog kansen had

Het was onomstreden -de besloten kring
natuurlijk, was de weg terug eenzelfde
ook al liet ik je nu omroepen door een man

Eerst was je nog een stuiterbal onder
de bank, die je terug had gevonden tijdens
het poetsen, je was zo verguld daarmee

'Hernieuwde Kleur', werd je naam
oppoetsen en etaleren, opnieuw 'Mijn
Geluk'
-zo kon je ook heten

We kropen in kleine holletjes
verscholen ons in alle smaken -zo was
het zout zo groen

en het bitter beurs

woensdag 5 maart 2014

Opstaan

Een volle dag lag ik op de bank te sterven
zonder dood te gaan, ik dacht aan zoete smaak
en jouw kruidige geur

Daar binnenin wist je mijn geheugen te prijzen
ik wimpelde je weg, door simpelweg te stellen
dat jij het was al die tijd...

Dat was ook de reden niet te wissen
of eeuwig op de bank te liggen.


vrijdag 28 februari 2014

Wenneding

Wennen ding
Aan alles
Omdat ruimte beperkt

Wennen ding
Aan strebers
Als ik

Roulerend in je schaduw
Als ranke tak
In de leerschool

Jij blijft drijven
Als twijgje
In de stroom

Als enige, ziet iedereen
je daar, in de kolkende
massa, omdat: uniek

Je bent potlood
in zand, zwaard:
in kinderhanden

Je bent het onderdeel
Van een robuust huis
En de nerf van het blad

Kinderen willen bij je
zijn, zeker met rode
fietsjes

en een kutvader

Trechter

Ze had twee varkensoren op haar hoofd
Een decolleté die uitmondde
In de delta van de Tanger

Bezweet met een glas bier
Schudde er druppels vet vocht
Uit heur haren

Ze stortte zich op elke man
Hijgend in de oren
Bevlekkend met spuug en stank

Vochten de mannen en jongens
Zich vrij uit haar schacht

Gelijk de Tanger delta
Op een perkamenten atlas
Tijdens carnaval

woensdag 26 februari 2014

stipjes

Je laat overal stipjes achter
vlekjes die perfect rond zijn
polkadotblauw en lila-paarsig

Op de stoep kleven ze nog
plakken ze aan mijn schoeisel
houden me net dat even vast

Je stipjes
-als ik mijn ogen
sluit en knijp, zoals ik vaak
poog te doen om iets uit te bannen;
zijn ze er in grote getale
alsof ik elke stipje met open kijkers
verzamel -ze opspaar om de wirwar
niet meer te snappen

Ik tel je.
bij elke derde
sla ik op

bij elke zesde
tel ik één

Alleen speel ik galgje
en win steeds voor de strop