zaterdag 14 juli 2012

Ontbijtbundel

Ik ga een Word document openen
daar geen koffiekring op maken
dichten op zondag is geen romantiek

De ontbijtbundel ligt verspreid
Koffie staat naast hem
De sigaret diens afzuigkap

Brood ligt in de vriezer
beleg in de medicijnkast
suiker op een plank

De verlichting door grijs
met vlekken van kindervingers
en een muggenbult op die van hem

Het is een opsomming een
dergelijke ochtend in oktober
ook met de gordijnen dicht

als vlakgum verspreid
hij in eerste instantie
de koffie over zijn scherm

tracht met woorden
romantiekkweeksel
van vals sentiment

luiheid
verhult
hij.

donderdag 12 juli 2012

De dag lang en uitgestrekt
ik zou kunnen wandelen
maar de regen, de regen die tiert

Dat ik All Stars draag doet niet
af aan mijn onlust
draagt niet bij aan mijn val

Daar ik buiten door ramen
naar binnen zou kijken
en denken
dat wil ik ook

Het is wijzer binnen te blijven
te woelen door stofrest
of zoeken naar rust
weifelend te stappen naar koffie

Sigaret na Sigaret te denken
wat te doen

Buiten door de straten
schijnt de zon niet
zijn er vlezenloze dromen
van stilte
bij een ander

Waar een kachel brandt
bijvoorbeeld, of zij wel
de televisie aan hebben staan
op een zender
met ideeën

Dus ik zit hier
wit te vullen
als het blanco
van een manco dag’

dinsdag 10 juli 2012

Zijn strakke planning

'Ik ga er voor'. Elke ochtend stond hij zo op, pakte een stuk fruit van de fruitschaal, schilde, brak en at de sappige inhoud op, alvorens hij met norse ogen een pot koffie opzette en een sigaret opstak, nadat hij de restanten aan fruit van zijn handen had gespoeld onder de koude kraan. Terwijl hij naar het geluid van pruttelende koffie in wording luisterde maakte hij in zijn hoofd plannen voor de dag. De dag die voor hem lag als een strakke lijn, een horizon waar veel op gebouwd zou worden.

Als zijn hoofd wat helderder was van de zwarte olie die het smeersel voor zijn dag was, toog hij naar zijn computer en zakte neer. Hij ging beginnen. Hij opende zijn documenten en keek naar de cijfers, opende zijn mailbox en keek naar het aantal ongelezen mails en opende twitter om te kijken of er nog mensen waren geweest die aan hem hadden gedacht.

Zijn oksels begonnen klammig te worden bij de eerste twee e-mails. Hij moest ze kort en zakelijk beantwoorden, maar uitstellen was wat makkelijker. Zo geschiedde. Het vochtgehalte in zijn oksels nam toe en de geur kwam hem tegemoet. Nogmaals zei hij er voor te gaan. Eerst uiteraard stak hij een sigaret op schonk een kop koffie vol en roerde er suiker in. Weer de zetel.

Muziek zo dacht hij, zou me in de stemming brengen. Het bladeren tussen de mappen door bracht geen rust, maar gaf hem een kortstondig gevoel van voldoening, alsof je kijkt naar je nieuw ingerichte boekenkast. Het bezit was de sleutel. Hij koos iets uit wat hij niet vaak luisterde, klikte op play en schroefde het volume wat neerwaarts. De e-mails.

Het tabblad verder werd aangeklikt en het nieuws werd doorgenomen op een willekeurige nieuwssite.

Het andere tabblad toonde tweets.

Hij zou er niet aan toegeven en zette het volume wat harder.

Hij beantwoorde een e-mail.

Stak een sigaret op.

Dronk wederom koffie.

In zijn hoofd waren de plannen vervaagd, er was te veel ruimte, geen limieten lagen er. Hij kon de playstation aanzetten, de televisie, hij kon wat lezen en de laatste twee afleveringen van Game of Thrones aanzetten zodat hij daarna niets meer had om te kijken –de complete serie The Killing daargelaten.

Hij liep naar het toilet, stapte op duplo, kermde van de pijn.
Zijn vrouw belde om drie uur. Hij had nog niet geluncht.

In de avond werden rekeningen naast elkaar gelegd. De zoon moest weldra naar een school.

Hij nam zich voor. Morgen ga ik aan de slag.

vrijdag 6 juli 2012

Easter Egg

Een easter egg of paasei is een grap of een verborgen boodschap die in een computerprogramma, een film, een website, een computerspel, een dvd, een cd (hidden track), een plaatje of een boek verwerkt is. Net als bij echte paaseieren zitten deze snufjes verborgen en moet ernaar gezocht worden. (bron Wikipedia)

Maar hoe zit dat in het echte leven? Zou het bijvoorbeeld mogelijk kunnen zijn dat ik een easter egg ben, een grapje van iemand, geplaatst op een plek waarvandaan ik niet mag opvallen. Geplaatst in het leven zelf, daar voor uw vermaak als u me vindt. Mij links laten liggen, omdat de vondst slechts uw doel was.

Dat alleen ik in de veronderstelling ben dat de camera’s op mij gericht zijn, om de beste shots van me te maken, de muziek die gecomponeerd wordt voor mijn Soundtrack of Life; dat ik iemand ben die de blikken van andere probeer te vangen met zelfspot en het bespottelijk maken van het leven zelf; de tragiek en eenzaamheid die ik wil beschrijven. Kan het zijn dat ik me dat inbeeld.

Nee toch?

Want ik ben een individu, weliswaar een einzelgänger die zich overal kortstondig thuis kan voelen, maar nooit onzichtbaar voor het blote oog, toch?

Ik twijfel.

Hoe meer ik nadenk over het begrip Easter Egg, het gebbetje van de regisseur, de schrijver, de band die met hun hidden-track nog even het hele conceptalbum onderuit haalt, hoe meer ik me bedenk, dat ik niet meer ben dan een in het leven verstopt alledaags dingetje, die menigeen niet opzal vallen.

Natuurlijk zijn er mensen die er prat op gaan mij te vinden, maar als ik al zei, als ik gevonden ben is de lol er af. Men zal niet gaan wijzen naar derden en zeggen daar zit hij. Daar zit het verstopte paasei des levens. Want van dat leven krijg je niet zomaar een program, er moeten dingen geheim blijven. Tenzij de ander ook een paasei is zonder dat door te hebben. Dit paasei blij om zijn vinger te wijzen en te zeggen ik vond het paasei. Zie mij hier, ik kwam uit. Ik val op. Ik ben.

Het is de mens en zijn hang naar aandacht. Wij zijn in eerste instantie allen verstopt, als ei of als boom in een bos.

Omdat wij met zo velen zijn valt het verstoppen niet meer op.

Dus als u ben ik ook een paasei.
Lijkt mij.

Als je doordenkt, zijn wij dus ook het gevonden Higgs-Deeltje, en dat…
Dat is dan weer groots.



donderdag 5 juli 2012

Dit is mijn dank!

Dit is mijn dank

Het is mijn ongeloof die mij de ogen opent
Purper klopt daarachter
Het houten hoofd geheven en trots

Waar zwevende aardbeien, blokhout, bruggen bouwt
De tapijten aanstipt
Waar des Doolhof Cehavé, uw koninkrijk

Waar wandelend trots zwelt en aanhoudt
De bomen passeert
Waar ik beviel uit uw slokdarm en spraak kreeg

Waar lampen nooit kappen met schijnen
Haar insteek en af laten gaan

Als kolonie van mieren uw schouwers
-aan noten, genot en uw smaak

Waar ieder een ander bevlekte

Daar grootsheid mij nu overstijgt
Waande ik me in elders

Water of vliegend of zo
Het was zonder schroom euforisch

En jij maakt dat gewoon.

Dus dit.
Dit is mijn dank.

woensdag 4 juli 2012

Hoe fijn (denk ik)

Nu de energie terug is in mijn lijf, en ik met een open deur clichés binnen hark, kan ik mij er eindelijk toe zetten het geluid van de fluitende vogels buiten te sluiten en mij in zijn geheel niet te storen aan de spelende kinderen, die dwars door mijn concentratie heen schreeuwen. Kortom ben ik een onvermurwbaar blok graniet die zich gaat kwijten aan zijn doel.

Maar welk doel?

Inmiddels ben ik stadsdichter van Veghel geworden, heb ik een enkel artikel geschreven voor een krant die tot nu toe niet is verschenen, werk ik aan mijn manuscript en vermaak u –naar ik hoop- regelmatig met kleine stukjes die ik voor u post. Ik werk aan mijn site, die vorm krijgt. Kortom vind ik van mijzelf dat ik mijzelf nuttig maak. Ik werk hard op de dagen dat ik thuis ben, probeer attent te zijn en u allen te voorzien van genoeg informatie met betrekking tot mij als persoon, als u ook de aandacht te geven die u verdient. Het is een druk bestaan. In mijn eentje.

Ik geniet daar van, met volle teugen.

Maar het doel op zich, ik weet het niet. Ik denk dat er geen doel is, dat alle middelen ingezet worden zonder een doel. Een befaamd schrijver, erkenning? Goed ik houd van de aandacht, ik zal de eerste zijn die dat toegeeft. Maar of dat het doel is weet ik niet. Ik denk dat ik iets neer wil gaan zetten waar ik trots op kan zijn. Waarvan ik kan stellen en zeggen dat heb ik bereikt. Toch, ik ben nu stadsdichter, daarmee zou ik kunnen zeggen dat ik er al ben. Daarmee zou ik stellen, goed doel bereikt.

Maar bah-ah…

Ik wil meer, ik wil….. en dat weet ik juist niet. Ik weet dat bij de interviews die ik naar aanleiding van mijn uitverkiezing heb gegeven hakkelde en struikelde over mijn woorden, ik wist niet precies wat te zeggen, wat er nu van mij verwacht wordt. Ja, ik heb tal van ideeën. Ik wil een soort poëzie-avond gaan organiseren, gelijkend op Literanita in Amsterdam. Dat ben ik mijn gemeente schuldig. Ik zal daar weldra voor gaan plannen, gesprekken gaan voeren, en kijken wat een man als ik kan betekenen voor deze gemeente. Nog wil ik meer.

Dus hier aan mijn schrijftafel, met mijn sigaret en koude koffie, praat ik mijzelf al schrijvend groter dan ik ben. Treed buiten mijzelf en aanschouw. Ik zie een jongen met een grijze ochtendjas, grijzend haar, gebukt over een toetsenbord.

Hij schrijft.
Zonder doel.
Omdat dat moet.

vrijdag 29 juni 2012

Voor waar ik achter sta


Voor mijn straat
met volk
van allooi
verschillend
de rassen en standen
glimlach, chagrijn
de cultuurloze
cultuurvolle
aanbidders
van auto’s
en trucks;
de kinderen
boefjes
schurken
en rekels
voor andere wijken
voor straten
waar ik klinkers schik
waar in rijkdom
de zwembaden
vullen met nacht
en tranen
met tuiten;
De boodschap
De vrouw
De heer
Adolescent
De kwaaitong
De vrede
Wie u ook bent
Voor mijn stad
En het water
Het momentum
De mores
Wiens bezit
ik zal zijn

Voorwaar ik hier sta
En smeek toch ook nu
Hoor me nu neder
Ik ben thans van u.