maandag 14 maart 2016

Zondagen in het zuiden



Het was vrij simpel, elke zaterdagavond voor het slapen gaan wist ik exact hoe de zondag zou gaan verlopen. Na het
"Ik ga slapen, ik ben moe.
Sluit mijn beide oogjes toe.
Here, houdt ook deze nacht.
Over mij getrouw de wacht"

dat ik samen met mijn moeder prevelde, kreeg ik een natte zoen voordat ik nog even toegestaan werd te lezen. Bij mijn voeteneinde lag een grote stapel stripboeken die ik ter hand nam en een keuze maakte. Zoiets als Netflix op mijn tablet nu. Ik las een paar pagina’s en vocht tegen de slaap alvorens ik mijn licht uitknipte. Op de één of andere manier won de slaap het altijd. De donkerbruine gordijnen lieten net genoeg licht van de lantaarnpaal door de stof om nog even stil te staan bij dat wat komen zou gaan; ik zou ontwaken voordat het goed en wel licht was, naar beneden sluipen en hopen dat op Sky Channel de kinderprogrammering al begonnen was. De klok gaf meestal een tijd aan tussen 06:00 en 07:00.

Als de zon door de ramen begon te schijnen hoorde ik boven, vanaf de zolder, wat gerommel. Het was vaak mijn moeder die als eerste naar beneden kwam en aan het ontbijt begon. O zalig de croissantjes. Na het eten ging het vlot. We kwamen meestal rond 11:00 bij oma aan voor de koffie. Een verplicht nummertje dat altijd hetzelfde verliep. Koffie voor iedereen en 7-up voor mij. Terwijl ik achter aan de tafel zat te tekenen, meestal vergezeld door mijn opa die zich wat terugtrok, gingen de gesprekken voor vaak over de politiek of over geld. Nu ongeveer dertig jaar later probeer ik te achterhalen wat er allemaal gezegd werd. Er zijn inmiddels teveel mensen dood om nog een goed beeld te kunnen schetsen, een beeld zonder alle gekleurde meningen welteverstaan.

Het zijn losse flarden die een beeld vormen waarvan ik aanneem dat het de waarheid is. Van enige animositeit heb ik nooit echt iets gemerkt. De sluimerende, broeiende weerzin van de zondag is mij alleen uit de overlevering bekend en dan zelfs nog dankzij puzzelstukjes die ik zelf aan elkaar heb gefabriekt. Wat dat betreft mag ik de hulde overbrengen aan de aanwezigen destijds. Ik heb er nooit iets van gemerkt. Misschien komt dat ook wel omdat ik er doof voor wilde zijn, omdat ik de gesprekken toch niet begreep, de intonatie me als altijd vriendelijk overkwam, of omdat ik simpelweg opgeslokt zat in mijn eigen wereld.

Van de dingen die mij wel zijn bijgebleven zijn er al veel niet eens meer gebruikelijk en in gebruik, neem het duimdikke tapijt dat op de tafel lag, van een bordeauxrood zoals ik nu de wijn weg klok, of het kleine gaskachteltje dat vermomd als open haard met brandende kooltjes het vertrek verwarmde. Kuis het gevloek als het ding het niet deed. Een klein glaasje op tafel waar de sigaretten uitstaken. De dikke nevel die boven de hoofden dreef. Het wekelijkse ritueel; Opa en oma op zondag.

Het is een hele andere tijd die niet meer verenigbaar is met mijn leven nu. De opeenstapeling aan gebeurtenissen tussen toen en nu zorgen voor een behoorlijk troebel beeld. Trok ik mijzelf wel altijd terug? Was ik misschien juist aanwezig? Is mijn beeld van de zondag, het beeld dat ik kennelijk tot aan 14 maart 2016 met mij meezeul wel een accuraat beeld van de werkelijkheid. Of is mijn beeld ook nog gekleurd? Vond ik het leuk om naar oma en opa te gaan? Ja, als ik mijn herinneringen vandaag nog mag geloven. Goh wat een rare 14 maart.

Weet je, het is goedwel mogelijk dat wij eerst naar de kerk gingen voordat de verplichte koffie op het menu stond. Gingen wij elke zondag naar de kerk? Zo voelt het soms wel. Het in het niets staren, het misboekje doorbladeren en hopen dat het Kyrie Eleison niet zo veel tijd in beslag nam. Als ze Latijn gingen zingen duurde de mis wel anderhalf uur. Die hostie die ik niet aan mocht pakken, want mijn Heilige Communie was nog een paar jaar verwijderd. Er was nog geen aantrekkingskracht vanuit meisjes die mij weg hadden kunnen laten dromen. De monotone tekst van meneer pastoor die erop los citeerde alsof hij niets liever deed. Het doelloos zitten en staren op een bank. Soms telde ik de glas-in-lood-ramen en wachtte op een teken van de Here Jezus, zodat hij me zou zeggen dat, als ik deze mis volhield, ik rijkelijk beloond zou worden. Zoals ik later straalbezopen onder een brug naar hem schreeuwde om zijn aandacht, wetende dat er niets anders is dan lucht, heelal en zwarte gaten die ons uiteindelijk opslokken. Hoe hemels het geloof ook mag zijn geweest, het was voor mij de hel en staat in schril contrast met die zondagen zoals ik ze nu nog in gedachten beleef.

Ik zit achter aan tafel, een karton op het kleed en mijn tekenpapier daarop. Uit de lade van de kast die nu op de kamer van mijn zoon staat komen de kleurpotloden en stiften. Mijn buik zit nog vol van de croissantjes, maar ik vind ruimte voor het koekje. Het geroezemoes en de geur van koffie. Het is er behaaglijk warm, ik voel mij veilig, drink 7-up en boven mijn hoofd drijft de rook van een onaf beeld waarvan ik niet meer kan achterhalen of het nu het juiste beeld is of niet.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten