dinsdag 24 mei 2016

Koffie

Er werd gesproken over de beste koffie
Maar niet waar je die dan dronk
Of met wie. Een leuke vrouw
in een mooi appartement in de Uilenburgh?
Tijdens de schemer in de Stoofstraat
Waar lampen van een onontdekt feestje en
bladgroen de naderende nacht kleur geven
Drink je koffie bij de gratie van ritselend blad?
En denk je dan aan zomernachten?
waar na een goed maal troost gezocht wordt?
de ochtend? Waar je barrevoets over
een houten vloer houvast zoekt. Uit
de hand op de trap van het Kerkplein
Je benen over elkaar. 
Is iedereen het er over eens, de kunstenaar
en zijn mening, waar je de beste koffie drinkt?

maandag 23 mei 2016

maar eerst

Alles was egaal en glad, mijn voeten op het allerlaagste punt van de aarde
en ergens was iemand die mijn glasharde waarheden bewaarde
in een doosje dat voor mij was; vinden zonder te zoeken. Waar ik tegenaan
zou lopen in mijn zoektocht naar houvast met de sluizen open en de regen aan,
zal ik traag onaantastbaar worden als een klein detail in de foto van jouw hand
die hangt in een toekomstige kamer aan de gestucte muur aan de linkerkant.
Kopers die benedictie zagen in de kern van het beeld. ‘Etymologie van voorspoed’
knikken de eigenaars na vele jaren nog steeds, en ze hebben het goed.
Vooraleer dit alles zou ik mijn heil moeten zoeken door de tegenwind van jaren
en de stoel vinden die mij zou gaan regenereren en vanwaar ik uren zou staren
naar de poëzie, ongeschreven op talloze pagina’s. Vooraleer ik kan minnekozen
en jij mij de dichter maakte in je lange sluitertijd met om ons heen het broze
frêle licht dat ons omhullen zal, dien ik in de spiegel te kijken om de vage contouren
van de verloren ideologieën op te graven, vast te houden en snoeren
aan wie ik ben en wie ik kwijt was en die ik terug zal vinden. In jouw ogen
waarin ik alleen de bevestiging kan gaan zien en ik 180 graden omgebogen
ben. Vooraleer dit zijn er de eerste woorden en snoei ik door de regen, droppels
moet ik opnemen in dit vege lijf om voor mij te laten spreken als de stoppels
op de man van jou begeerte. Na talloze slepende maanden vol schaafwonden
van het asfalt, de stenen en de keien langs de bodem is er plots,onomwonden
het complete niets, uitgestrekt, egaal en glashelder. Ik zal mij, het is voorjaar
op een stoel zetten en gemoedelijk schrijven met mijn evenknie. Aldaar
is elke nieuwe letter een contract voor jouw fotografie en in de toekomstige
kamer aan de linkerkant hang jij als mijn overwonnen medeplichtige.













woensdag 4 mei 2016

Zomer

Ik weet pas op welke zee ik dobber
Als ik voet zet aan je wal
Als kiezels of zand zo bleek


Mijn benen zijn stram
Mijn rug ziet alleen de bodem
Oceaan mijn waterbed


Er schiet kramp in mijn kuit
Ik slok zout water op
Keer mijn blik naar het slijk


Je nam zand in mijn bed
En strooide in mijn ogen 
hitte van de zomerzon


donderdag 21 april 2016

In het café van de ouderen

In het café van de ouderen was er
-naast de gebruikelijke geschiedenis-
een vrouw die met opgeheven vuist
van alles wat verkondigde en ooit
was ze begonnen met belezen te zijn
ze oreerde over Madrid en de kunst
en over de vogels die in groten getale
neerdaalden om nesten te bouwen
op het erf van haar weleer

ze dronken wijn en bier om twee
uur in de middag en bidden om
het gelijk dat ze zich aanmeten
en ik voer dronken gesprekken
die stokken in gangpaden van
de supermarkt over Jeroen Bosch
en de binnenstad en elkaar vooral
helpen, spinnend om de zuil
die gekerfd is met moraal
en drank o de drank o de drank

ze drinken hun verdiensten
zij bouwden en nemen rust
en lachen en schamper vormen
de blosjes zich op de wangen
en kleurt de neus rood en de
tongen dikken in het accent
van de stad waar ze de eer
hebben te mogen wonen
en het eigendom is van hen

en hen alleen -en de drank
en ik praat met hen en word
opgenomen en weet binnen
het uur alles van een stad
die ik als de mijne zie en
daar niets van klopt en ik
ben een goede jongere
zoals er niet veel meer zijn

en drank o de drank o de drank
vormt een veilige cirkel van
saamhorigheid, vergetelheid
broederschap met vuisten
een heilige cirkel als omtrek
van een zuil waar ik middenin
luister naar de vrouw die
haar passie opdringt, drinkt

en waar de jeugd nooit weggaat.


woensdag 20 april 2016

Een maandagmiddag in Den Bosch


Het is maandagmiddag in het jaar 2016.
Den Bosch –of ’s-Hertogenbosch- is de speeltuin van de lokalen.
Er is dan ook geen vakantie in zicht en van een zonnige dag
mag men niet spreken. Het weer is navenant.

Ik kocht een tekenblok bij Pipoos waar Mathilde aan het werk was
Zij wist zich geen raad met mijn verschijning. Rimpels op het gelaat
van de oudere dame hadden plaatsgemaakt voor baardhaar
in drie verschillende kleuren en

een hippe bril die eigenlijk heel goedkoop was en ik kocht
bij Hans Anders voor vijfendertig euro omdat de glazen gratis waren
en ik zo, de mevrouw, die Mathilde heet, verras door niet een vrouw
van middelbare leeftijd in een knutselwinkel te zijn

die, heeft besloten macramé uit te proberen om de dooie uurtjes
nu eens niet te vullen met sherry en Omroep Max en Candy Crush
en nutteloze facebookreacties te plaatsen op de posts van haar zoon
die toch niet zal reageren.

Ik lachte vriendelijk naar Mathilde maar omdat ik niet tot haar
doelgroep behoor kreeg ik geen reactie en steek ik buiten een
sigaret op om na te denken over dit treffen hetgeen vervolgens
tot niets leidt.

Met Mathilde zou ik in ieder geval niet willen vrijen. Ik zou aan
een leeg canvas moeten denken in de vorm van een huisje en
uiteindelijk klaarkomen alsof je het laatste restje acrylverf perst
uit een tube Amsterdam, gekocht in de aanbieding

Als mijn sigaret op is trap ik hem uit op de vloer van de stad en
ik weet dat ik dat niet zou moeten doen maar doe het toch
er zijn weinig mensen op straat omdat het een werkdag is en om
kwart voor drie zijn er niet veel pauzes

Wanneer ik drie mensen heb geteld loop ik de Postelstraat in
-waar ik ooit woonde- en ik moet glimlachen om de toeristen
die wat verdwaasd rondkijken en toch wel aanwezig zijn
maar mondjesmaat en verkeerde afslagen namen

Het boekje dat ik kocht is bestemd voor poëzie en ik weet niet
of je dit daaronder mag scharen, maar de stad is aan de lokalen
en de vloer is ook mijn speeltuin
dus waarom niet?

Onderweg naar dit terras keek ik op een ander terras naar de billen
van een meisje, gehuld in een zeer strakke broek kwamen de rondingen
mij voor als reclamebord voor almaar paren zonder gevoel. Ik ben een man
en dergelijke gedachten teisteren mij af en aan

ik wil ze niet uitbannen want het is mijn macramé en ik
heb billen lief en denk er vaak aan, ook aan die van ex-
geliefden. In willekeurige volgorde laat ik ze nog toe in
mijn hoofd. Sorry

Ondertussen drink ik een tweede glaasje bier
Die smaakt mij goed en te goed voor een maandag
Veel te goed zelfs en misschien ga ik wel door tot
mijn geest breekt

onder de zware gedachten die ik met mij meezeul
zal ik wakker worden in een andere stad die ik al ken
maar waarvan ik besloot het te herontdekken omdat ik
avontuur wil en Indiana Jones wil zijn

En proactief zal ik ondernemen
het onbekende zal ik mijn slaaf maken
En mocht ik zojuist niet gebeld zijn
had ik dat waarschijnlijk gedaan



woensdag 30 maart 2016

Uitstelgedrag


Hij heeft een brok in zijn keel. Zijn potsierlijke, bijna spastische, dansen heeft ruim vierentwintig uur later plaats gemaakt voor een brok in zijn keel. De tranen wellen op in zijn ogen en zijn vingers trekken aan zijn haar. Het is ongeloof. Marcus staat al een tijdje op de puinhopen van een leven. Waar hij heeft getracht nog dieper te graven is hem dat gelukt. Het afval kan gelijmd worden. Er zit alleen een rode draad in, die van zelfdestructie. Het leven, zoals hij het kent voelt als een eindeloos falen. Het is niet zo dat hij geen kansen heeft aangegrepen, het is het eindeloze ‘niet weten wat zijn wens is’, dat Marcus steeds nekt. Zijn aanpassingsgedrag is zijn expertise, dermate dat hij zich overal thuis kan voelen, werkelijk overal. Juist daar zit hem de crux. Marcus weet niet meer wat hij is. Zoekende tussen de troep die hij achterlaat volg hij elk lichtpuntje om te baden, zich goed te voelen en vervolgens om het licht te doven. ‘Nee, dit is het ook niet’.

Voor zijn neus staat de platte televisie aan. Destijds gekocht in een opwelling om te pochen met zijn status. Een waardeloos geval dezer dagen, achterhaald door de technische groei die weelderig om hem heen tiert als storm die maar niet wil gaan liggen. Er is een programma op waar men spullen uit opbergruimtes opkoopt en waar de mens zijn hebzucht het meeste laat zien. Marcus kijkt niet. Hij grient en weet er maar niet mee te stoppen.

Over minder dan 24 uur moet hij al zijn spullen gepakt hebben. Hij is al een heel eind, maar deze ochtend wil hij maar niet op gang komen. Uitstelgedrag, een vol hoofd. Eigenlijk kan het hem niet zoveel schelen wat er nu gebeurd. Het huurhuis heeft een einddatum, van maanden de tijd om van alles voor te bereiden zijn er slechts uren over.

Zijn zoontje, dat is het enige dat hem nu echt nog iets kan schelen. Voor hem heeft hij steeds weer zijn rug gerecht en niet opgegeven. Marcus is weer in het dorp gaan wonen, zodat hij hem van dichtbij op kan zien groeien. Hij haalt hem eenmaal per week van school en geniet dan van zijn speelse aanwezigheid. Ook zijn zoontje is gewend geraakt aan deze plek. Spijt neemt de overhand. Een leven van losse componenten die niet met elkaar te rijmen zijn hebben hem in deze situatie gemanoeuvreerd. En Marcus heeft ook wel pech gehad.

In een poging zichzelf op te peppen staat hij op, opent de achterdeur en loopt de tuin in. Nog één sigaret en ik ga aan de slag. Eerst boven, dan beneden. Het plan zit al een volle dag in zijn hoofd en wordt maar niet tot uitvoer gebracht. Buiten is de naderende lente een welkome verandering. Hollandse luchten tonen de geprezen en aloude schoonheid. Achter de wolken schuilt hoop. Tijdens het ijsberen mompelt hij dat de wereld toch een mooie is. De tranen duwt hij terug de oogkassen in. Met de zakdoek uit zijn broek snuit hij zijn neus en een langgerekte schreeuw maakt een definitief einde aan zijn bui. Actie.

Hij heeft zijn ex nog niet gebeld, niemand eigenlijk nog. Het pareltje dat hij heeft gevonden heeft Marcus nog heel even voor zichzelf gehouden. De hele vorige dag en zeker de hele nacht spookte het hem door het hoofd. De binnenkant van de schedelpan bedekt met spiegels. Kaatsen, weerkaatsen en opnieuw. Al die mogelijkheden. Hij kan het maar niet bevatten.

Of het goed voor hem is? Zoveel te kunnen ineens. Hij weet al jaren niet wat hij wil, zijn deze onbegrensde mogelijkheden dan niet juist funest? Wat zijn de eerste dingen die hij zou doen? Niets. Hij loopt in zijn tuin, rookt een sigaret en laat zijn gedachten de vrije loop. De helft van zijn spullen staan al bij zijn moeder. De boeken in ieder geval. Zorgvuldig ingepakt in te veel dozen. Het enige bezit waar hij echt trots op is. Hij wenst ze een plek die ze toekomt. Niet in dozen.

Weer binnen legt hij zijn telefoon naast zijn laptop, hij stroopt zijn mouwen op en tikt een www in om daar in te loggen. Nog een keer die bevestiging voor hij zijn ex zal bellen en haar zeggen dat alles goed komt.


16 – 19 – 23 – 31 – 42  (6 – 5 )                                 € 75.000.000.000

De jackpot is gevallen.


dinsdag 29 maart 2016

Welkom Thuis


Welkom thuis

Vandaag wis ik de sporen
En de wind helpt mee
In de tuin, scherven van een bacchanaal
Ze snijden mijn voeten aan gort
Ik moet er bij stil staan
Vandaag haalde ik het bed af waar ik je nam
Langzaam ontdeed ik hem van onze huid
De wind blies door het huis