maandag 23 mei 2016

maar eerst

Alles was egaal en glad, mijn voeten op het allerlaagste punt van de aarde
en ergens was iemand die mijn glasharde waarheden bewaarde
in een doosje dat voor mij was; vinden zonder te zoeken. Waar ik tegenaan
zou lopen in mijn zoektocht naar houvast met de sluizen open en de regen aan,
zal ik traag onaantastbaar worden als een klein detail in de foto van jouw hand
die hangt in een toekomstige kamer aan de gestucte muur aan de linkerkant.
Kopers die benedictie zagen in de kern van het beeld. ‘Etymologie van voorspoed’
knikken de eigenaars na vele jaren nog steeds, en ze hebben het goed.
Vooraleer dit alles zou ik mijn heil moeten zoeken door de tegenwind van jaren
en de stoel vinden die mij zou gaan regenereren en vanwaar ik uren zou staren
naar de poëzie, ongeschreven op talloze pagina’s. Vooraleer ik kan minnekozen
en jij mij de dichter maakte in je lange sluitertijd met om ons heen het broze
frêle licht dat ons omhullen zal, dien ik in de spiegel te kijken om de vage contouren
van de verloren ideologieën op te graven, vast te houden en snoeren
aan wie ik ben en wie ik kwijt was en die ik terug zal vinden. In jouw ogen
waarin ik alleen de bevestiging kan gaan zien en ik 180 graden omgebogen
ben. Vooraleer dit zijn er de eerste woorden en snoei ik door de regen, droppels
moet ik opnemen in dit vege lijf om voor mij te laten spreken als de stoppels
op de man van jou begeerte. Na talloze slepende maanden vol schaafwonden
van het asfalt, de stenen en de keien langs de bodem is er plots,onomwonden
het complete niets, uitgestrekt, egaal en glashelder. Ik zal mij, het is voorjaar
op een stoel zetten en gemoedelijk schrijven met mijn evenknie. Aldaar
is elke nieuwe letter een contract voor jouw fotografie en in de toekomstige
kamer aan de linkerkant hang jij als mijn overwonnen medeplichtige.













Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen